
Bodemverontreiniging
Op het bedrijfsterrein aan de Industriekade 14 – 18 in de gemeente Sassenheim heeft in het verleden de vatenspoelerij Van der Zee gezeten. Waarschijnlijk als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten van de vatenspoelerij is een bodemverontreiniging ontstaan. Sinds medio jaren 80 heeft Van der Zee het bedrijfsterrein verhuurd aan 4 kleine bedrijven.
Stand
van zaken:
-Bodemonderzoeken
In 1983 en 1985 zijn in opdracht van de Provincie Zuid-Holland respectievelijk een oriënterend en een nader bodemonderzoek uitgevoerd op bovengenoemde locatie. Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat de grond verontreinigd is met onder andere zware metalen, minerale olie, PAK’s, chloorbenzenen, pesticiden en/of PCB’s. Verder bleek dat het grondwater is verontreinigd met hoofdzakelijk vluchtige aromaten, minerale olie en chloorbenzenen. Gelet op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu werd aanbevolen een saneringsonderzoek en vervolgens een sanering uit te voeren. Op basis van deze onderzoeken wordt geconcludeerd dat op het bedrijfsterrein – en deels ook daar buiten tot in de nabijgelegen woonwijk - sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging waarvan de sanering urgent is. De beschikking over de ernst, urgentie en tijdstip van saneren moet nog worden genomen.
-Saneringsvariant
In 1987 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gekozen voor een saneringsvariant, waarbij de totale verontreiniging door middel van ontgraving van de verontreinigde grond en het onttrekken van verontreinigd grondwater wordt verwijderd.
-Nieuw
beleid
In 1994 is de 2e fase van de Wet bodembescherming (Wbb) in werking getreden, welke onder andere een verandering van het bodemsaneringsbeleid tot gevolg had. Daarnaast werden ook in het kader van BEVER (beleidsvernieuwing bodemsanering in Nederland) en Bobel (gezamenlijk bodemsaneringsbeleid tussen de besturen van de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam en Den Haag) beleids-veranderingen verwacht. Omdat onbekend was wat het nieuwe beleid zou inhouden is besloten pas op de plaats te maken en eventueel een heroverweging ten aanzien van de saneringsvariant te laten plaatsvinden.
-Heroverweging
Op basis van het nieuwe beleid heeft in 1997 een heroverweging plaatsgevonden. Uit deze heroverweging blijkt dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging en dat de sanering op basis van verspreidingrisico's urgent is. Echter een snelle aanpak van de verontreiniging was op dat moment niet mogelijk dan gevolg van herinrichtingsplannen van het bedrijventerrein en het juridisch geschilpunt met de toenmalige eigenaar Van der Zee t.a.v. de verantwoordelijkheid voor de verontreiniging.
-Alternatieve
saneringsoplossingen
In 1999 zijn, in aanvulling op de heroverweging, een drietal alternatieve saneringsoplossingen aangedragen. In overleg met de gemeente en de gebruikers is, in verband met de toekomstige gebruiksmogelijkheden en de wens om de nazorginspanningen te reduceren, gekozen voor de bronverwijderingsvariant. Hierbij worden de sterk verontreinigde grond en grondwater verwijderd en wordt de bovengrond tot circa 1 meter ontgraven. Voor een nadere uitwerking van deze variant dient, mede in relatie tot de plannen voor herinrichting van de locatie en de continuering van de bedrijfsvoering door de gebruikers tijdens de saneringswerkzaamheden, de verontreinigingssituatie van grond en grondwater in voldoende mate te zijn vastgesteld, dus aanvullend onderzoek was noodzakelijk. Na dit aanvullend onderzoek wordt geconcludeerd dat de verontreinigingen zich deels ook naar het grondwater onder een nabijgelegen woonwijk en tot in de waterbodem van een sloot naast het bedrijfsterrein hebben verspreid. Vanaf 2002 was ook asbest als bodemverontreiniging (h)erkend. Na onderzoek bleek ook een asbestverontreiniging aanwezig te zijn. Het ging daarbij om losse asbestvezels in de bovenste laag van de onverharde locatie, die direct handelen noodzakelijk maakte in de zin van het treffen van een tijdelijke beveiligingsmaatregel (asfalteren). De sanering van deze verontreiniging is zoals reeds eerder gesteld urgent.
Overeenkomst
In het najaar van 2001 is met het oog op de sanering van de bodemverontreiniging een vaststellings-/koopovereenkomst gesloten tussen het Rijk, Van der Zee en de provincie. Op grond van deze overeenkomst is de provincie eigenaar geworden van het bedrijfsterrein, Van der Zee gevrijwaard van claims en zijn de huurovereenkomsten met de bedrijven onverkort overgenomen door de provincie. Eén van de vier bedrijven is overigens in 2002 met een financiële vergoeding van de gemeente naar een andere locatie vertrokken en is geen partij meer in deze. In de vaststellings-/koopovereenkomst is tevens overeengekomen dat de provincie de opbrengst van de verkoop van het bedrijfsterrein na afronding van de sanering afdraagt aan VROM.
Samenwerkingsovereenkomst
Sinds de provincie eigenaar is van het bedrijfsterrein is onderhandeld met de bedrijven en de gemeente over de voorwaarden waaronder de sanering in samenhang met de revitalisering van de Industriekade en de nieuwbouw van bedrijven plaats kan vinden. De uitvoeringswijze is afgestemd op de resultaten uit deze onderhandelingen. Deze onderhandelingen hebben verder geleid tot de samenwerkings-overeenkomst en bijbehorende overeenkomsten recht van koop. In 2002 is aan de gemeente Sassenheim een subsidie in het kader van het Ontwikkelingsfonds bedrijfsterrein Zuid-Holland verleend voor de revitalisering van het bedrijventerrein Industriekade. De gemeente wil deze revitalisatie zo spoedig mogelijk aansluitend op voltooiing van de nieuwbouw op het Bedrijfsterrein aanvangen. De uitvoering van deze revitalisering is dus afhankelijk van de voortgang van het saneringsproject en de nieuwbouw door de bedrijven en derhalve is de gemeente partij in de samenwerkingsovereenkomst.
De samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten tussen de volgende partijen:
- de gemeente Sassenheim;
- de bedrijven Buitelaar, Bakker, Van Biezen en de privé-personen;
- de provincie Zuid-Holland.
Doel van de samenwerkingsovereenkomst is de sanering van het bedrijfsterrein, de nieuwbouw voor de bedrijven en de revitalisering van de Industriekade op elkaar af te stemmen en afspraken tussen de betrokken partijen vast te leggen. Daarnaast wordt met de afzonderlijke bedrijven dan wel hun bestuurders in privé een overeenkomst gesloten waarmee zij het recht krijgen om hen toebedeelde delen van het bedrijfsterrein van de provincie te kopen nadat de grondsanering is voltooid.
De belangrijkste afspraken uit deze overeenkomsten zijn:
· er zal een functiegerichte sanering plaatsvinden
· de wijze van afstemming van werkzaamheden tussen betrokken partijen.
· de provincie spreekt uit zich binnen de geldende regelgeving en beleid maximaal in te spannen om
de saneringskosten binnen het beschikbare (Wbb-) budget te houden.
· Voor het geval dat de saneringskosten onverhoopt dat bedrag te boven gaan leggen de drie partijen (bedrijven, gemeente en provincie) de intentie vast om tot een maximumbedrag elk voor de meerkosten een alternatieve financiering te zoeken.
· het afzien van claims ten aanzien van schade als gevolg van een normaal verloop van de werkzaamheden.
· wijze van beëindiging van bestaande huurovereenkomsten
· tijdelijke uitplaatsing van Van Biezen ten behoeve van een gefaseerde sanering.
· recht van koop voor de bedrijven dan wel hun bestuurders in privé.
Aanpak
De bijzondere aanpak van dit project betreft de keuze voor een samenwerkingsovereenkomst waarmee drie belangen zijn gediend; de sanering van het geval van bodemverontreiniging door de provincie, de positieverbetering van de bedrijven op de locatie door terreinaankoop en nieuwbouw, alsmede de revitalisering van het gehele bedrijfsterrein Industriekade door de gemeente. Bovendien heeft de locatie binnen de gemeente Sassenheim de nodige aandacht van burgers in de wijk, diverse organisaties en het gemeentebestuur.